Wie is de handhaver eigenlijk?
Over positionering, bevoegdheden, opleiding en de grondhouding die daarbij hoort
Binnen gemeentelijke handhaving worden verschillende termen gebruikt. Boa, handhaver, toezichthouder, controleur, buitengewoon opsporingsambtenaar. In de praktijk lopen deze begrippen soms door elkaar.
Dat lijkt misschien vooral een kwestie van terminologie. Maar de vraag hoe je iemand positioneert binnen je organisatie heeft gevolgen voor veel meer dan alleen de functienaam.
Het raakt de taak, de bevoegdheden, de opleiding, de begeleiding en uiteindelijk ook de manier waarop iemand zijn werk uitvoert.
Boa of toezichthouder?
Een boa heeft een specifieke strafrechtelijke opsporingsbevoegdheid. Welke strafbare feiten een boa mag opsporen, hangt onder meer samen met het domein en het takenpakket. De werkgever bepaalt vervolgens welke bevoegdheden de boa daadwerkelijk binnen zijn of haar werkzaamheden gebruikt. (Justis)
Een toezichthouder heeft vanuit de Awb een andere positie. Artikel 5:11 Awb omschrijft de toezichthouder als een persoon die bij of krachtens wettelijk voorschrift is belast met het toezicht op de naleving van wettelijke voorschriften. (Wetten Overheid)
Dat onderscheid is belangrijk.
Een boa is niet automatisch een Awb-toezichthouder.
Maar een medewerker kan wel beide rollen hebben wanneer daar een wettelijke grondslag en aanwijzing voor bestaat. In gemeentelijke organisaties komt die combinatie ook daadwerkelijk voor. (Lokale Regelgeving)
De functienaam vertelt niet het hele verhaal
Daar begint voor gemeenten een interessant vraagstuk.
Je kunt iemand bijvoorbeeld formeel positioneren als handhaver, terwijl deze medewerker in de dagelijkse praktijk zowel toezicht houdt als strafrechtelijke bevoegdheden inzet.
Dan is de vraag niet alleen:
“Welke functie heeft deze medewerker?”
Maar vooral:
“Welke taak voeren we uit, vanuit welke bevoegdheid en wat verwachten we vervolgens van deze professional?”
Dat vraagt om duidelijkheid binnen de organisatie.
Want als voor de medewerker zelf niet helder is vanuit welke rol hij of zij op dat moment handelt, wordt het ook lastiger om daar goede opleiding, begeleiding en professionele verwachtingen aan te koppelen.
Van bevoegdheid naar professioneel handelen
Een bevoegdheid hebben betekent namelijk nog niet dat iemand automatisch weet wanneer die bevoegdheid passend is.
Een professional moet kunnen beoordelen:
- wat de situatie vraagt;
- welke rol op dat moment aan de orde is;
- welke bevoegdheid daarbij hoort;
- welke interventie passend is;
- wanneer opschaling nodig is;
- wanneer juist terughoudendheid nodig is;
- en hoe het handelen achteraf wordt vastgelegd en verantwoord.
Daar zit voor mij een belangrijk onderdeel van vakmanschap.
Niet alleen weten wat je mag, maar ook kunnen uitleggen waarom je iets doet, waarom je het op deze manier doet en waarom je soms besluit het juist niet te doen.
Opleiding is daarom meer dan een diploma
Een goede basisopleiding is noodzakelijk. Voor boa’s gelden opleidingseisen en voor verschillende domeinen zijn aanvullende eisen en permanente her- en bijscholing van toepassing. (Justis)
Maar daarmee stopt de ontwikkeling niet.
De praktijk verandert. Taken veranderen. Bevoegdheden veranderen. Organisaties veranderen. En situaties op straat zijn zelden precies hetzelfde als de casus uit een opleiding.
Daarom vraagt professioneel handhaven om een ontwikkellijn waarin kennis, vaardigheden, ervaring en professioneel gedrag steeds met elkaar worden verbonden.
En dan komt de grondhouding
Misschien wel het meest onderschatte onderdeel.
Een handhaver kan juridisch goed onderlegd zijn en zijn bevoegdheden kennen. Toch zegt dat nog niet alles over de manier waarop iemand zijn werk uitvoert.
Hoe spreek je iemand aan?
Hoe blijf je professioneel wanneer iemand boos wordt?
Hoe ga je om met weerstand?
Wanneer geef je ruimte en wanneer stel je een grens?
Hoe blijf je zorgvuldig wanneer je onder druk staat?
En hoe kijk je na afloop kritisch naar je eigen handelen?
Dat gaat over grondhouding.
Voor mij betekent een professionele grondhouding onder andere: duidelijk, rustig, zorgvuldig, aanspreekbaar, dienstbaar waar het kan en begrenzend waar het nodig is.
Niet harder optreden omdat je het kunt, maar bewust handelen omdat de situatie daarom vraagt.
Een goede positionering begint daarom bij de praktijk
De vraag voor een gemeente zou wat mij betreft niet alleen moeten zijn:
“Noemen we deze medewerker een boa of een handhaver?”
De betere vragen zijn:
Welke taken voeren we uit?
Welke bevoegdheden zijn daarvoor nodig?
Welke rol heeft de medewerker op welk moment?
Welke kennis en vaardigheden horen daarbij?
En welk professioneel gedrag verwachten we?
Wanneer die onderdelen met elkaar in verbinding staan, ontstaat er meer duidelijkheid voor de organisatie én voor de professional op straat.
En precies daar ligt voor mij de verbinding tussen organisatie, opleiding en praktijk.
VXB Advies
VXB Advies helpt gemeenten en handhavingsteams om dit soort vraagstukken praktisch te bekijken.
Niet alleen vanuit wet- en regelgeving, maar juist vanuit de vraag:
Hoe vertalen we dit naar de dagelijkse praktijk van de handhaver?
Van positionering en taakverdeling tot opleiding, ontwikkeling, begeleiding en professionele grondhouding.
Want uiteindelijk gaat het niet alleen om de vraag wat iemand is, maar vooral om de vraag wat iemand in de praktijk moet kunnen en hoe iemand dat professioneel doet.
VXB Advies
Praktische expertise voor toezicht en handhaving

Geef een reactie